Bezienswaardigheden

kerknijlenSt-Willibrorduskerk
De leefgemeenschap van een dorp hangt nauw samen met de kerk en daarom is één van de belangrijkste bouwkundige erfgoederen van Nijlen zeker het kerkgebouw. Omstreeks 1610 bezat onze kerk vier altaren, een groot aantal voor een plattelandskerk uit die tijd. In 1632 werd een torenuurwerk gemonteerd en in 1641 verrijkte men de parochiekerk met twee nieuwe altaren ter vervanging van de oude. De aangroei van de bevolking maakte dat men in 1850 een kruisbeuk in rode baksteen moest toevoegen en het hoogkoor verplaatsen. De kerktoren was een zwaar en log vierkant gebouw en lijkt een beetje op een donjon. De Nijlenaars gebruikten hem dan ook als schuil- en verdedigingsplaats tijdens oorlogstijden. 1914 was ook zo'n oorlogstijd. De toren werd in brand gestoken en een dag later ook nog eens beschoten. De kerk lag helemaal in puin en alle kunstschatten gingen verloren. In 1922 bouwde men de kerk weer op en in 1935 werden de westertoren en de eerste vier gewelfvlakken als beschermd monument geklasseerd. Maar bij het begin van WO II ging de toren weer tegen de vlakte. Om de oprukkende Duitse troepen in hun opmars te stuiten bliezen de Belgische genietroepen op dinsdag 14 mei 1940 de kerktoren van Nijlen op. De heropbouw gebeurde eerst gedeeltelijk tussen 1941 en 1943 en later helemaal tussen 1960 en 1961. De neo-gotische St.-Willibrorduskerk is een fraai en verzorgd bedehuis. Het is een driekleurig gebouw in witte natuursteen met kruisbeuk, koor en ingebouwde westertoren. Op het hoofdaltaar prijkt een eiken retabel dat volgende taferelen voorstelt : Kruisvinding door de H. Elena, Jezus wordt gegeseld, Jezus breekt brood met de Emmaüsgangers, enz… Voorts treffen wij op het hoogkoor een vogel in smeedwerk aan, gemaakt door de Lierse kunstsmid Lodewijck Van Boeckel. Het ijzeren traliewerk achter in de kerk is werk van dezelfde kunstenaar.

kesselkerkSt-Lambertuskerk
De huidige dorpskerk in Kessel werd gebouwd tussen 1300 en 1500. Tijdens heel deze periode werd de oorspronkelijke stijl, de gotiek, gerespecteerd. Hieraan heeft de kerk haar eretitel "Lentebloesem van de Brabantse gotiek" te danken. Ze wordt beschouwd als één van de mooiste uit de Kempen. Een en ander heeft wellicht te maken met de verering van het St-Salvatorkruis dat reeds in de vroege middeleeuwen aanbeden werd om doofheid en hoofdpijn tegen te gaan. Net als de kerk van Nijlen werd de trotse toren met zijn twee meter dikke muren door het Belgische leger gedynamiteerd. Het gedeelte van het schip tot aan de zijkapellen moest er eveneens aan geloven. Het grootste en oudste gedeelte van de oorspronkelijke rechthoekige kerk ging zo verloren. De heropbouw startte bijna onmiddellijk na de verwoesting, in volle oorlogstijd. Ook voordien had het gebouw al heel wat te verduren gekregen, zoals de plunderingen en vernielingen tijdens de godsdienstoorlogen en zware beschadiging in 1914 bij het beleg van het fort. Ondanks al die gebeurtenissen is het gebouw sinds 1500 praktisch onveranderd gebleven, op het dak van de sacristie na. De torenspits daarentegen werd wel veelvuldig gewijzigd. Wat het interieur betreft zoals altaren, glasramen, schilderijen, meubilair, enz… is elke vergelijking met vroegere tijden onmogelijk.

kesselfort2Kessel fort
Het fort van Kessel maakte deel uit van de eerste verdedigingsgordel van de stad Antwerpen. Op de plaats waar het gebouwd werd, stond vroeger een uitgestrekte hoeve. Aan de bouw van het fort, met de vesting errond, werd gewerkt van 1908 tot 1912. Op deze plaats werden belangrijke archeologische vondsten opgedolven, zoals, tanden van haaien en andere zeevissen die zijn een duidelijk bewijs dat in vroegere tijden een deel van de zee ook tot hier kwam. De schooljongens die in de heide en aan het station woonden, hadden bijna alle dagen vistanden bij zich, die ze in de opgedolven grond hadden gevonden. De tanden werden in de school gebruikt om de griffels mee aan te scherpen. Toen de bouw van het fort volledig afgerond was, werden alle woningen uit de onmiddellijke omgeving platgebrand, zodat de soldaten vanuit het fort een goed zicht hadden op de aanvallende vijand. Niemand die dacht dat het fort ooit ingenomen zou kunnen worden, met zijn dikke betonnen muren en koepels, waarvan men zei dat een kanonbal erop zou terugkaatsen als 'caoutchouc-balleken'. De realiteit was echter helemaal anders, alle onkosten en moeite hadden tot niks gediend. Er werden loopgraven gegraven en prikkeldraad aangebracht langs de velden van Kessel fort naar Lier fort. Er bleef amper een doorgang over en alle vee moest binnen de ring van de forten gebracht worden, zodat de Duisters de dieren niet zouden kunnen gebruiken om hun voedselvoorraad aan te vullen. De toren van de kerk van Kessel werd beschouwd als mikpunt voor de vijand en werd beschoten. Ondertussen naderde de dag van de vuurproef. Iedereen dacht dat vanop het fort alles omvergekegeld zou worden, maar dat was buiten de Duitse vuurkracht gerekend. Het zwaarste kanon van het Duitse leger, de Dikke Bertha, nam het fort vanop Beerzelberg, een afstand van maar liefst 8,4 km, onder vuur. Ook een Oostenrijks geschut van de Skoda fabriek wordt in de strijd betrokken. De eerste bom komt in de vroege morgen van 4 oktober 1914 terecht in de vest van het fort en doet het water als een toren omhoog spuiten. De obussen maakten een speciaal geluid en een kwartier later hoorden de soldaten op het fort een nieuwe bom naderen. Reageren kon niet, want de geschutskoepels op het fort waren lang niet sterk genoeg. Niemand van de 330 manschappen durfde nog op het fort te blijven en iedereen vluchtte in het bos 'de Aerd', achter het fort. Verdere voltreffers hebben het fort daarna helemaal uitgeschakeld. Tijdens het interbellum bewonen een aantal families het fort.

Als er gemobiliseerd wordt voor de tweede wereldbrand, worden er aanpassingswerken uitgevoerd. Het is luitenant De Middeleer die zich met zijn troepen in het fort vestigt. Het fort van Kessel doet nu dienst als infanteriesteunpunt, maar ook nu is de rol van het fort snel uitgespeeld. Op 16 mei 1940 trekken de Belgische soldaten uit het fort en diezelfde dag neemt de 56e Duitse Infanteriedivisie er zijn intrek. Opnieuw laat één Belgische militair het leven. Na WO II bewoont de familie Savelkoels - Slootmans het fort van 1952 tot 1974. In 1968 komt de vraag tot aankoop van het domein vanwege de gemeente Kessel. De verkoopakte dateert van 1973 en een jaar later wordt er een toelage toegekend als openbare groene ruimte. In 1976 wordt het domein op het gewestplan Mechelen ingekleurd als recreatiegebied. En zo doet het fort van Kessel nu ook dienst. In de slotgracht kan er gevist worden. U moet dan wel een visvergunning gaan halen in het gemeentehuis. Een wandeling in het groene gebied, waar het nog echt stil kan zijn, is altijd een ontspannende en gezonde ervaring.

kruiskensbergKruiskensberg
Het St-Salvatorkruis is niet het enige bedevaartsoord in onze gemeente. Kruiskensberg is er ook één. Een oude tekst verhaalt dat een erg zieke herder er omstreeks 1260 van een bron dronk en plots genezen was. Toen dit bekend raakte werd er een houten kruis opgericht en de bedevaarders stroomden toe. In de 17e eeuw werden vijf putjes gegraven als symbool voor de vijf wonden van Christus. Vorige eeuw werden deze putjes in steen gemetseld, werd er een kapel opgericht en schonk jonkheer Florent le Grelle, de kasteelheer van het Rameyenhof, een groot ijzeren kruis. De grote bedevaarstdag is Goede Vrijdag wanneer van 7 tot 12 uur gelovigen nog steeds de kruisweg komen doen. Er is die dag ook een speciale markt rond de Kruiskensberg.

Er doet over Kruiskensberg nog een ander verhaal de ronde. De kapel zou namelijk de plaats zijn waar je aan een lief kan geraken en de jongeren kwamen er dan ook bidden om een partner te vinden. Verder vind je aan sommige vensters van de kapel een hele reeks veters en andere stukjes stof om 'de koorts af te binden'. Maar ook het domein achter de kapel heeft zijn eigen geschiedenis. Je vindt er een heideven en rondom het ven bevindt zich een uitgestrekte vochtig heide, afgewisseld met droge zandruggen. Het geheel is nu een gemeentelijk wandelbos met een oppervlakte van 10 ha.

Pastorie van Nijlen
Even buiten het centrum staat de pastorie van Nijlen, zonder twijfel één van de oudste gebouwen van de gemeente. Wanneer ze precies op de huidige plaats werd gebouwd, is nog niet achterhaald. Omdat periodes van rust en voorspoed erg zeldzaam waren in onze streken en oorlogen en rampen de Kempen teisterden, was er een vest rond het huis. Deze moest de bewoners en de dorpelingen beschermen bij een inval van vijandige legers. Tijdens een van die invallen legerde de vorst van Waldeck met zijn troepen in Nijlen met het oog op de belegering van Lier en Antwerpen. Op 23 juni 1747 brandde het pastoreelhuis volledig af, door een onvoorzichtigheid van de kok van de vorst. De benedenverdieping werd herbouwd in de tweede helft van de 18e eeuw en de eerste verdieping volgde ongeveer 100 jaar later. Opmerkelijk aan het gebouw is dat de achterkant oorspronkelijk de voorkant was. In 1892 werd er grilwerk en een poort voor de slaapkamer van de pastoor aangebracht. Ook het torenklokje is van die datum. Waarom dat klokje er gekomen is, is een heel verhaal.

Op 2 januari 1842 pleegde ene Hendrik De Backer een laffe aanval op de toenmalige pastoor, Petrus De Groof. Een week later bezweek de pastoor aan zijn verwondingen en op 11 mei 1842 werd de dader met de guillotine omgebracht op de Grote markt in Lier. Het was de opvolger van pastoor De Groof, pastoor De Mets die het klokje liet aanbrengen zodat hij de de dorpelingen zou kunnen verwittigen als er onraad was op de pastorie. Het klokje is tot op heden gelukkig altijd stil gebleven.

tibourschransTibourschrans
Een van de bekendste gebouwen van Nijlen is zeker de Tibourschrans. Dit statige gebouw ligt langs de Tibourstraat, verscholen tussen eeuwenoude loofbomen. Een fraai park en een brede, sierlijke slotgracht geven het domein een grootse indruk. We weten dat de Tibourschrans er al zeker sinds 1636 is. Mogelijk bestaat ze al veel langer, maar dat weten we niet. Oorspronkelijk deed ze dienst als hoeve want in een overdrachtsakte, opgemaakt voor de schepenen van de bijvang van Lier lezen we 'ene schone hoeve met huizingen, schuur, stallingen, wagenhuis en waterput." Momenteel is de Tibourschrans eigendom van de gemeente Nijlen. Op 19 november 1969 keurde de gemeenteraad de aankoop van het ongeveer 4 ha groot domein goed. In 1972 werd het domein opengesteld als wandelpark. Er kwamen aanplantingen, grasvelden met rustbanken en grote speeltuin waar de kinderen hun gang kunnen gaan. Ook een zandbak en een voetbalveld zijn aanwezig. In het gebouw zelf zijn nu, na de nodige verbouwingswerken, de leslokalen en de ateliers van de kunstacademie gehuisvest.

contact

Gemeente NijlenKerkstraat 42560 NijlenE info@nijlen.beT 03/410 02 11F 03/481 70 48
Google Maps Nijlen.img

openingsuren

openingsuren.imgSchrijf je in op de nieuwsbrief.img